De batterij opladen

background image

De batterij opladen

Lees eerst zorgvuldig het onderwerp "Informatie over de batterij",
pagina 53 voordat u de batterij gaat opladen.

1. Sluit de lader aan op de mini-USB-poort van het navigatiesysteem en

steek de oplaadstekker in de sigarettenaanstekeraansluiting van uw
auto.

De accu moet een spanning leveren van 12 volt. Zorg ervoor dat de
lader op de juiste wijze in de sigarettenaanstekeraansluiting is
gestoken en de normale bediening van de auto niet hindert.

In bepaalde auto's wordt de sigarettenaanstekeraansluiting ook van
stroom voorzien als de autosleutel zich niet in het contact bevindt. In
dergelijke auto's kan de accu van de auto leeg raken als u het
navigatiesysteem aan laat staan, of als het apparaat uitstaat maar
wel gedurende lange tijd op de sigarettenaanstekeraansluiting
aangesloten is geweest. Neem contact op met de autofabrikant voor
meer informatie.

Het indicatorlampje is oranje als de batterij wordt opgeladen. Als het
opladen niet begint, moet u de lader ontkoppelen en weer
aansluiten.

2. Het indicatorlampje is groen wanneer de batterij helemaal is

opgeladen. Koppel de lader los van de
sigarettenaanstekeraansluiting.

Als u de service TMC (traffic message channel) gebruikt met het
navigatiesysteem, moet u de lader aangesloten laten op het
navigatiesysteem, aangezien de TMC-antenne in de lader is
ingebouwd.

Als de batterij bijna leeg is, is het indicatorlampje rood, bevat het
batterijsymbool maar één streepje of helemaal geen streepjes en wordt
er een melding weergegeven dat de batterij moet worden opgeladen.

background image

A a n d e s l a g

13